Spring naar content

Veelgestelde Vragen

Er zijn veel vragen over de route naar de LMO, over wat de KLMO doet en wat er de aankomende tijd gaat gebeuren. De meeste vragen proberen we hier te beantwoorden. Mocht je vraag er niet tussen staan, neem dan contact met ons op. 

Pilot Multi-intake

Pilot Multi-intake

Waarom een multi-intake?

Het intakeproces op de meldkamer wordt optimaal ingericht om burgers in nood zo snel en goed mogelijk hulp te bieden. Om dit te bereiken, werken de disciplines binnen het programma LMO aan een gestandaardiseerde werkwijze; zoveel mogelijk geprotocolleerd en multidisciplinair. Het doel van multi-intake is om de burger zo goed mogelijk in het eerste contact met de meldkamer te helpen. Daarnaast worden meldingen landelijk op uniforme wijze afgehandeld.

Welke partijen krijgen met de multi-intake te maken?

Alle partijen werkzaam in de meldkamer: politie, brandweer, ambulancezorg en de Koninklijke Marechaussee (KMar).

Wat is multi-intake?

Met multi-intake wordt de intake bedoeld die wordt uitgevoerd voor alle disciplines: politie, brandweer, ambulancezorg en KMar.

Wanneer is de overgang naar multi-intake gepland?

In november 2016 start een pilot multi-intake. Aansluitend vindt in het eerste kwartaal van 2017 de analyse van de pilotresultaten plaats, waarna een adviesrapport wordt opgesteld dat eind eerste kwartaal 2017 ter besluitvorming aan de Regiegroep wordt aangeboden. De uiteindelijke landelijke uitrol van multi-intake is afhankelijk van de uitkomsten van deze pilot en de besluitvorming over. Voor meer informatie kijk in het plan van aanpak

Waarom is multi-intake voor de burger van belang?

De doelen van multi-intake in relatie tot melders (burgers) zijn:

  • De melder wordt zo weinig mogelijk doorverbonden en zo snel en goed mogelijk in het eerste contact geholpen.

  • De melder hoeft niet meer te kiezen welke discipline hij/zij nodig denkt te hebben, maar kan meteen zijn verhaal kwijt. De centralist kan vervolgens aan de hand daarvan bepalen welke hulpdiensten nodig zijn.

  • Melders worden in heel Nederland op eenzelfde wijze geholpen in het eerste contact.

Welk verbeteringen heeft de multi-intake voor de hulpverlener?

De doelen van multi-intake in relatie tot het operationeel optreden is:

  • De hulpverlener gaat goed geïnformeerd onderweg; alle discipline-specifieke informatie die relevant is om veilig en vakkundig op te treden is bekend.

  • De juiste hulpverleners worden sneller betrokken, omdat we verwachten met multi-intake sneller een compleet beeld van het incident te hebben dan nu.

Wat verandert er voor de huidige mono-centralist?

Dit is nu nog niet bekend en afhankelijk van de verdere ontwikkeling van de multi-intake.

Welke planning geldt er voor de overgang naar mulit-intake?

De pilot verloopt in drie fases en zullen plaatsvinden in januari, februari en maart 2016. Voor meer informatie kijk in het plan van aanpak.  

Wat betekent multi-intake voor het uitgifteproces?

De uitgifte blijft altijd een monodisciplinaire verantwoordelijkheid.

Wat betekent de overgang naar de multi-intake voor de capaciteit binnen het meldkamerdomein?

Op dit moment is daar nog niets over te zeggen. Afhankelijk van de besluitvorming over multi-intake en de reikwijdte waarvoor gekozen wordt, wordt dit verder uitgewerkt.

 

Zijn er voor multi-intake nieuwe opleidingen noodzakelijk? En welke nieuwe opleidingen zijn dat dan?

Dit moet onder andere uit de pilot multi-intake duidelijk worden. 

Is de multi-intake centralist automatisch in dienst bij de LMO (en dus bij de politie)?

Over de personele consequenties is momenteel nog niets  bekend. Dit wordt pas in de vervolgstappen na de pilot meer concreet.

 

Wat betekent geprotocolleerd werken voor de multi-intake centralist?

De centralist wordt in zijn werk ondersteund door een multi-intake protocol. In de pilot wordt onderzocht hoe dat protocol zou moeten werken. Daarvoor worden ook twee verschillende manieren van geprotocolleerd werken onderzocht.

Is de invoering van multi-intake eigenlijk geen verkapte bezuiniging?

Is de invoering van multi-intake eigenlijk geen verkapte bezuiniging?

Door de efficiëntere werkwijze op de meldkamer is het mogelijk dat er een kostenbesparing wordt behaald. Op dit moment is hier nog niets over te zeggen, omdat de reikwijdte van de multi-intake en de gevolgen van de invoering hiervan nog moeten worden onderzocht.

Waarom wordt er eerst een pilot uitgevoerd?

In het transitieakkoord “Meldkamer van de toekomst” (artikel 43) is afgesproken de burger zoveel mogelijk in het eerste contact te helpen door een incidentgerichte benadering van de noodhulpvraag door middel van multi-intake. Ook is afgesproken dat de LMO samen met de disciplines politie, brandweer, ambulancezorg en KMar een pilot multi-intake organiseert om inzicht te verkrijgen in de mogelijke reikwijdte van het proces multi-intake.

Wat zijn het doel en de resultaten van de pilot?

In de pilot wordt beproefd wat de mogelijk reikwijdte is van multi-intake in relatie tot de monodisciplinaire processen.

De pilotfase levert de volgende resultaten op:

  • Meet- en analyse gegevens uit de pilot;
  • Een advies voor de reikwijdte van de multi-intake.

In de vervolgfase van de ontwikkeling naar multi-intake worden uiteindelijk de volgende resultaten opgeleverd:

  • Vastgestelde reikwijdte per discipline;
  • Vastgesteld landelijk beleid voor de multi-intake.

Waar vindt de pilot plaats?

De pilot vindt plaats op een locatie van de Politieacademie in Amsterdam Sloterdijk.

Wanneer vindt de pilot plaats en hoe lang duurt de pilotperiode?

De pilot vindt plaats in november en begin december 2016. Voor meer informatie kijk in het plan van aanpak

Hoe verloopt de pilot?

De pilot wordt door twee groepen uitgevoerd, met in totaal 66 centralisten uit de verschillende disciplines. De eerste groep start in week 44 (start 31 oktober 2016) met een opleidingsdag. Aansluitend doen zij één dagdeel mee aan de pilot (week 45 en 46). In de simulatieomgeving testen zij maximaal 32 gesimuleerde meldingen, waarbij ze gebruik maken van het pilot protocolsysteem. Tijdens de opleidingsdag worden de pilotcentralisten getraind in het gebruik van dit systeem. De tweede groep centralisten start in week 47, met dezelfde aanpak.

Met welk protocolsysteem wordt gewerkt in de pilot?

Het is nog niet bekend welk protocolsysteem er moet komen voor de multi-intake. Voor de pilot wordt een tijdelijk protocolsysteem gebruikt om de pilot te kunnen uitvoeren. Hierbij worden twee manieren van geprotocolleerde aanname getest.

Welke kanalen kunnen voor een melding worden ingezet?

Op dit moment is dat alleen telefonisch. In de toekomst is het wellicht mogelijk dat meer kanalen dan nu door de multi-intake worden bediend.

Wanneer zijn de resultaten van de pilot bekend?

Het adviesrapport met de resultaten van de pilot wordt  eind eerste kwartaal van 2017 voorgelegd aan de disciplines en besproken in de Stuurgroep en Regiegroep.

Hoe wordt de pilot geëvalueerd?

Het adviesrapport wordt eind eerste kwartaal van 2017 aangeboden aan de disciplines en besproken in de Stuurgroep en Regiegroep. Op basis daarvan wordt een besluit genomen over de vervolgstappen.

Wie is de opdrachtgever van het project multi-intake en wie voert het uit?

De voorzitter van de stuurgroep LMO is de opdrachtgever. Het projectteam Multi-intake voert het project uit.

Hoe ziet de organisatie van de pilot eruit?

De voorzitter van de stuurgroep LMO is opdrachtgever voor dit project. De pilot wordt uitgevoerd onder begeleiding van het projectteam multi-intake waarin alle disciplines zijn vertegenwoordigd. De disciplinevertegenwoordigers binnen de LMO zorgen voor afstemming, draagvlak en besluitvorming binnen de eigen discipline. De pilot multi-intake wordt begeleid door een onafhankelijke begeleidingscommissie die is ingesteld door de minister van VenJ.

Waarom is er een onafhankelijke commissie ingesteld en wat doet zij?

De pilot multi-intake wordt begeleid door een onafhankelijke begeleidingscommissie. Om tot een onbevooroordeelde, methodologisch verantwoorde opzet van de pilots en dus ook resultaat te komen, is een begeleidingscommissie ingesteld waarvan de leden draagvlak hebben bij de verschillende partijen. Daar waar nodig kan de begeleidingscommissie zich laten bijstaan en of adviseren door bijvoorbeeld inhoudelijk experts of door partijen die eventueel best practices uit binnen- en buitenland inbrengen. De begeleidingscommissie is ingesteld door de minister van VenJ. De commissie brengt na het uitvoeren van de pilot multidisciplinaire intake een advies uit aan de Regiegroep.

Waar zijn de afspraken over de multi-intake vastgelegd?

In het Transitieakkoord. De aanpak van de pilot is vastgelegd in het plan van aanpak

Waar vind ik meer informatie over de pilot?

Meer informatie is te vinden onder het kopje Pilot Multi-intake. Of je kunt je vragen stellen aan de projectleider van de betreffende discipline:

Landelijke Meldkamerorganisatie (LMO)

Landelijke Meldkamerorganisatie (LMO)

Waarom een Landelijke Meldkamerorganisatie (LMO)?

Om nu en in de toekomst te kunnen blijven voldoen aan de vraag van burgers aan de hulpdiensten willen de betrokken partijen dat er één effectieve, kwalitatief hoogwaardige en efficiënte meldkamerorganisatie komt met maximaal tien meldkamerlocaties. 

De kwalitatieve doelen van deze verandering zijn:

  • De burger zoveel mogelijk in het eerste contact helpen door direct te vragen wat er aan de hand is in plaats van te vragen wie hij wil spreken.
  • Eén landelijk kwaliteitsniveau waardoor de burger kan rekenen op dezelfde dienstverlening van de meldkamer,  ongeacht de locatie van de noodhulpvraag.
  • Het verbeteren van de bereikbaarheid van de meldkamerlocaties tijdens piekbelastingen.
  • Het verbeteren van de uitwijkmogelijkheden van meldkamerlocaties in geval van uitval van een meldkamer.
  • Een verbetering van de informatie-uitwisseling tussen hulpverleningsdiensten en tussen verschillende regio’s.

Momenteel bereidt het programma LMO deze verandering voor samen met de betrokken partijen; politie, brandweer, ambulancezorg, veiligheidsregio’s en Koninklijke Marechaussee (KMar). 

Wat doet de LMO?

De Landelijke Meldkamerorganisatie (LMO) wordt verantwoordelijk voor:

  • Het aannemen van alle 112 oproepen (multidisciplinaire intake).
  • Het beheer van alle meldkamers (huisvesting, personeel, ICT e.d.).
  • Het faciliteren van ‘de opschaling’ in geval van een crisis.
  • Het bevorderen van de samenwerking binnen het meldkamerdomein.
  • De monodisciplinaire meldkamertaken van de brandweer worden in de toekomst  uitgevoerd door de LMO.

De Landelijke Meldkamerorganisatie wordt verantwoordelijk voor deze taken, nadat de Politiewet en de Wet veiligheidsregio’s hierop zijn aangepast.

Wat is het verschil tussen de huidige en de nieuwe situatie?

Op dit moment heeft in principe elke (veiligheids)regio in Nederland een eigen meldkamer waarbinnen politie, ambulance en brandweer samenwerken. Een aantal meldkamers is al samengevoegd. Bijvoorbeeld in Noord Nederland waar de meldkamers van de regio’s Friesland, Groningen en Drenthe in Drenthe zijn samengevoegd of in Den Haag (de Yp), waar de regio’s Haaglanden en Hollands Midden in één meldkamer zijn ondergebracht. Zo zijn er op dit moment nog 21 regionale meldkamers. Elke meldkamer is in principe autonoom. Natuurlijk wordt al wel samengewerkt, maar er bestaat geen landelijke standaard voor werkwijze of kwaliteit. Ook is in de huidige situatie (geautomatiseerde) informatiedeling niet altijd goed mogelijk en kunnen meldkamers elkaars werk niet geautomatiseerd overnemen in het geval van bijvoorbeeld grote drukte. In de nieuwe situatie is er één Landelijke Meldkamerorganisatie (LMO). Daarbinnen wordt  op gestandaardiseerde wijze gewerkt en wordt de burger altijd en overal op dezelfde manier geholpen. Hierdoor zijn kwaliteitsverbeteringen mogelijk en wordt een kostenbesparing gerealiseerd.

Wie zijn betrokken bij de totstandkoming van de LMO?

De betrokken partijen zijn: de politie, de brandweer, de regionale ambulancevoorzieningen, de veiligheidsregio’s, de Koninklijke Marechaussee (KMar), het ministerie van Veiligheid en Justitie, het ministerie van Defensie en het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. Onder betrokken organisaties zijn alle organisaties opgenomen die betrokken zijn bij de totstandkoming van de LMO.

Wanneer is de LMO operationeel?

Momenteel wordt met de besturen gewerkt aan een ambitieplanning. Daarin wordt duidelijk waneer de samenvoegingen van de meldkamerlocaties zijn gepland. Pas nadat de Politiewet en de Wet veiligheidsregio's zijn aangepast, is de LMO formeel een bijzonder onderdeel van de politie, dat voor en met de disciplines samenwerkt.

Wat verandert er voor de burger als de LMO er is?

  • De burger wordt zoveel mogelijk in het eerste contact geholpen doordat direct wordt gevraagd wat er aan de hand is in plaats van wie de burger wil spreken. 
  • De burger wordt overal op een eenduidige manier geholpen.
  • De kwaliteit van hulpverlening is in heel Nederland hetzelfde.
  • Er ontstaat één virtuele meldkamer, zodat er bij eventuele storingen en piekbelasting kan worden uitgeweken naar een andere locatie. Hierdoor is de meldkamer nog optimaler te bereiken.

Waarom is er wetswijziging nodig voor de oprichting van de LMO?

Voordat de Landelijke Meldkamerorganisatie (LMO) officieel van start kan is er in ieder geval een wijziging nodig in de Politiewet en de Wet Veiligheidsregio’s. Op dit moment zijn de verantwoordelijkheden voor de meldkamers belegd bij verschillende organisaties (politie, veiligheidsregio’s en regionale ambulance voorzieningen). Om het mogelijk te maken de meldkamers onder te brengen bij één landelijke meldkamerorganisatie, onder verantwoordelijkheid van de minister van Veiligheid & Justitie, moeten deze verantwoordelijkheden wettelijk worden aangepast. Op dit moment wordt deze wetswijziging voorbereid door het ministerie van Veiligheid en Justitie. Voor meer informatie over het tot stand komen van wetten kunt u hier meer informatie vinden.


Transitieakkoord Meldkamer van de toekomst

Transitieakkoord Meldkamer van de toekomst

Wat staat er in het transitieakkoord?

In het transitieakkoord hebben de verschillende partijen op hoofdlijnen afspraken gemaakt over het organisatiemodel van de meldkamerorganisatie, de financiering, de verantwoordelijkheden en de tien locaties. Daarnaast zijn er afspraken gemaakt over de te volgen weg van de oude naar de nieuwe situatie. Het transitieakkoord is hier te lezen.  

Hoeveel euro bespaart de LMO?

De Landelijke Meldkamerorganisatie (LMO) kent een taakstelling van 10 miljoen euro in 2015 oplopend tot 50 miljoen euro structureel per jaar vanaf 2021. 

Welke maatregelen worden genomen om storingen gedurende de transitiefase te voorkomen?

In het transitieakkoord is afgesproken dat gedurende de transitiefase de kwaliteit, continuïteit en stabiliteit van de dienstverlening door de meldkamers geborgd blijft. Het programma LMO zal samen met de betrokken partijen hiervoor zorg dragen.

Wat is de Due Diligence Commissie?

De Due Diligence Commissie heeft tot taak erop toe te zien, dat de financiële transitie naar tien meldkamerlocaties op een gepaste en zorgvuldige wijze (Transitieakkoord artikel 84) verloopt. De commissie adviseert op basis van 'redelijkheid en billijkheid', waarbij in acht wordt genomen wat voor het verrekenen en vergoeden van (achterblijvende) kosten 'bestuurlijk' gebruikelijk is. De commissie houdt bij de uitvoering van haar taak in het oog, dat in het meldkamerdomein vier kolommen actief zijn (ambulancezorg, KMar, politie en veiligheidsregio's), die ieder hun eigen operationele, financiële en bestuurlijke dynamiek kennen. De positie van de politie vergt bij de (financiële) overdracht bijzondere aandacht, omdat de Landelijke Meldkamerorganisatie (LMO) straks onderdeel van de politie zal zijn. 

Wie zitten er in de Due Diligence Commissie?

De Due Diligence Commissie bestaat uit drie leden:

  • de heer mr. R.J.J.M. Pans, Staatsraad (Voorzitter)
  • de heer C. Schouten, gepensioneerd plaatsvervangend directeur-generaal
  • de heer P.A.C.M. van der Velden, voorzitter Coöperatie Werk en Vakmanschap U.A.

De commissie is officieel ingesteld door de minister van Veiligheid en Justitie.Het instellingsbesluit is hier te vinden.

Wat staat er in het transitieakkoord over de Due Diligence commissie?

In het Transitieakkoord “Meldkamer van de toekomst” is in een aantal bepaling opgenomen wat het doel en opdracht van de Due Diligence commissie in. In de bepalingen 82 t/m 89 is het volgende opgenomen:

82. Er wordt een ‘due diligence’ commissie ingesteld door de minister van VenJ in overeenstemming met de ministers van VWS en van Defensie en een afvaardiging van de voorzitters van de veiligheidsregio’s, verenigd in het VB.

83. De commissie zal in ieder geval bestaan uit een onafhankelijk voorzitter en 2 personen met ruime kennis en ervaring op het gebied van overheidsfinanciën.

84. De commissie heeft tot taak er op toe te zien dat de financiële transitie naar tien meldkamerlocaties op een gepaste en zorgvuldige wijze verloopt binnen het kader zoals bedoeld in bepaling 37.

85. De commissie brengt hiertoe adviezen uit over het verrekenen en vergoeden van transitiekosten en de financiële overdracht die hoort bij de overdracht van taken.

86. De commissie hanteert voor het verrekenen en vergoeden van achterblijvende kosten en personeelskosten de uitgangspunten dat deze: onvermijdbaar, onverwijtbaar, proportioneel zijn en dat deze een causaal verband hebben met de transitie naar tien meldkamerlocaties.

87. De commissie zal adviseren op basis van ‘redelijkheid en billijkheid’ waarbij in acht wordt genomen wat voor het verrekenen en vergoeden van (achterblijvende) kosten ‘bestuurlijk’ gebruikelijk is.

88. De commissie toetst voor de financiële overdracht of een meldkamer financieel ‘op niveau’ is en geeft een advies over de financiële implicaties van eventueel aantoonbaar achterstallig onderhoud of investeringen die zijn gedaan in het kader van bijvoorbeeld samenvoeging.

89. De commissie kijkt voor de toets uit bepaling 86 naar de volgende aspecten:

  • De bezetting op de meldkamer.
  • Het opschalingspotentieel.
  • De ICT systemen.
  • De structurele financiering in combinatie met vastgestelde meerjarige planvorming voor de meldkamer.
Samenvoegingstrajecten en locaties

Samenvoegingstrajecten en locaties

Wat worden de (nieuwe) locaties van de LMO?

  • Noord-Nederland: Drachten
  • Oost-Nederland: Apeldoorn
  • Midden-Nederland: Hilversum
  • Noord-Holland: Haarlem
  • Amsterdam: Amsterdam
  • Den Haag: Den Haag
  • Rotterdam: Rotterdam
  • Zeeland-West-Brabant: Bergen op Zoom
  • Oost-Brabant: Den Bosch
  • Limburg: Maastricht

Voor meer informatie over de locaties kijk onder Meldkamers.

Is er ook sprake van nieuwbouw bij de (nieuwe) locaties van de meldkamers?

Ja, in Bergen op Zoom wordt een nieuwe meldkamer gebouwd. Verder is zoveel mogelijk gekozen voor verbouw of aanbouw bij bestaande meldkamerlocaties. 

  • Nieuwbouw: Bergen op Zoom
  • Verbouwingen/aanbouw: Maastricht, Den Bosch, Apeldoorn, Soest, Haarlem, Rotterdam
  • Gereed (qua bouw): Drachten, Amsterdam, Den Haag

Wie zijn de regionale kwartiermakers?

De tien kwartiermakers zijn:

  • Marjan van Ewijk voor Drachten (Noord Nederland)
  • Henk Janssen voor Apeldoorn (Oost Nederland)
  • Mark Hendriks voor Amsterdam
  • Camille Michel voor Den Haag
  • Sjaak Seen voor Rotterdam
  • Jos van der Heijden voor Den Bosch (Oost Brabant)
  • Peter Dolmans voor Maastricht (Limburg)
  • Jan Biemolt voor Soest (Midden Nederland)
  • Frank van Herpen voor Haarlem (Noord-Holland)
  • Alfred van der Meer voor Bergen op Zoom (Zeeland/West-Brabant)

Wat doen de tien regionale kwartiermakers ?

De regionale kwartiermakers richten zich vooral op de samenvoeging van de regionale meldkamers op de beoogde locaties, op het bevorderen van de samenwerking, het doorvoeren van de beoogde veranderingen, op het -zo mogelijk- realiseren van de eerste financiële besparingen en het in kaart brengen van continuïteitsvraagstukken.