Spring naar content

Veelgestelde Vragen

Hier vind je de veelgestelde vragen over een aantal actuele onderwerpen en over de transitie naar de meldkamer van de toekomst. Mocht je vraag er niet bij staan, neem dan contact met ons op. 

Landelijke Meldkamerorganisatie (LMO)

Landelijke Meldkamerorganisatie (LMO)

Waarom een Landelijke Meldkamerorganisatie (LMO)?

Om nu en in de toekomst te kunnen blijven voldoen aan de vraag van burgers aan de hulpdiensten willen de betrokken partijen dat er één effectieve, kwalitatief hoogwaardige en efficiënte meldkamerorganisatie komt met maximaal tien meldkamerlocaties. 

De kwalitatieve doelen van deze verandering zijn:

  • De burger zoveel mogelijk in het eerste contact helpen door direct te vragen wat er aan de hand is in plaats van te vragen wie hij wil spreken.
  • Eén landelijk kwaliteitsniveau waardoor de burger kan rekenen op dezelfde dienstverlening van de meldkamer,  ongeacht de locatie van de noodhulpvraag.
  • Het verbeteren van de bereikbaarheid van de meldkamerlocaties tijdens piekbelastingen.
  • Het verbeteren van de uitwijkmogelijkheden van meldkamerlocaties in geval van uitval van een meldkamer.
  • Een verbetering van de informatie-uitwisseling tussen hulpverleningsdiensten en tussen verschillende regio’s.

Momenteel bereidt het programma LMO deze verandering voor samen met de betrokken partijen; politie, brandweer, ambulancezorg, veiligheidsregio’s en Koninklijke Marechaussee (KMar). 

Wat doet de LMO?

De Landelijke Meldkamerorganisatie (LMO) wordt verantwoordelijk voor:

  • Het aannemen van alle 112 oproepen (multidisciplinaire intake).
  • Het beheer van alle meldkamers (huisvesting, personeel, ICT e.d.).
  • Het faciliteren van ‘de opschaling’ in geval van een crisis.
  • Het bevorderen van de samenwerking binnen het meldkamerdomein.
  • De monodisciplinaire meldkamertaken van de brandweer worden in de toekomst  uitgevoerd door de LMO.

De Landelijke Meldkamerorganisatie wordt verantwoordelijk voor deze taken, nadat de Politiewet en de Wet veiligheidsregio’s hierop zijn aangepast.

Wat is het verschil tussen de huidige en de nieuwe situatie?

Op dit moment heeft in principe elke (veiligheids)regio in Nederland een eigen meldkamer waarbinnen politie, ambulance en brandweer samenwerken. Een aantal meldkamers is al samengevoegd. Bijvoorbeeld in Noord Nederland waar de meldkamers van de regio’s Friesland, Groningen en Drenthe in Drenthe zijn samengevoegd of in Den Haag (de Yp), waar de regio’s Haaglanden en Hollands Midden in één meldkamer zijn ondergebracht. Zo zijn er op dit moment nog 21 regionale meldkamers. Elke meldkamer is in principe autonoom. Natuurlijk wordt al wel samengewerkt, maar er bestaat geen landelijke standaard voor werkwijze of kwaliteit. Ook is in de huidige situatie (geautomatiseerde) informatiedeling niet altijd goed mogelijk en kunnen meldkamers elkaars werk niet geautomatiseerd overnemen in het geval van bijvoorbeeld grote drukte. In de nieuwe situatie is er één Landelijke Meldkamerorganisatie (LMO). Daarbinnen wordt  op gestandaardiseerde wijze gewerkt en wordt de burger altijd en overal op dezelfde manier geholpen. Hierdoor zijn kwaliteitsverbeteringen mogelijk en wordt een kostenbesparing gerealiseerd.

Wie zijn betrokken bij de totstandkoming van de LMO?

De betrokken partijen zijn: de politie, de brandweer, de regionale ambulancevoorzieningen, de veiligheidsregio’s, de Koninklijke Marechaussee (KMar), het ministerie van Veiligheid en Justitie, het ministerie van Defensie en het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. Onder betrokken organisaties zijn alle organisaties opgenomen die betrokken zijn bij de totstandkoming van de LMO.

Wanneer is de LMO operationeel?

Momenteel wordt met de besturen gewerkt aan een ambitieplanning. Daarin wordt duidelijk waneer de samenvoegingen van de meldkamerlocaties zijn gepland. Pas nadat de Politiewet en de Wet veiligheidsregio's zijn aangepast, is de LMO formeel een bijzonder onderdeel van de politie, dat voor en met de disciplines samenwerkt.

Wat verandert er voor de burger als de LMO er is?

  • De burger wordt zoveel mogelijk in het eerste contact geholpen doordat direct wordt gevraagd wat er aan de hand is in plaats van wie de burger wil spreken. 
  • De burger wordt overal op een eenduidige manier geholpen.
  • De kwaliteit van hulpverlening is in heel Nederland hetzelfde.
  • Er ontstaat één virtuele meldkamer, zodat er bij eventuele storingen en piekbelasting kan worden uitgeweken naar een andere locatie. Hierdoor is de meldkamer nog optimaler te bereiken.

Waarom is er wetswijziging nodig voor de oprichting van de LMO?

Voordat de Landelijke Meldkamerorganisatie (LMO) officieel van start kan is er in ieder geval een wijziging nodig in de Politiewet en de Wet Veiligheidsregio’s. Op dit moment zijn de verantwoordelijkheden voor de meldkamers belegd bij verschillende organisaties (politie, veiligheidsregio’s en regionale ambulance voorzieningen). Om het mogelijk te maken de meldkamers onder te brengen bij één landelijke meldkamerorganisatie, onder verantwoordelijkheid van de minister van Veiligheid & Justitie, moeten deze verantwoordelijkheden wettelijk worden aangepast. Op dit moment wordt deze wetswijziging voorbereid door het ministerie van Veiligheid en Justitie. Voor meer informatie over het tot stand komen van wetten kunt u hier meer informatie vinden.


Transitieakkoord Meldkamer van de toekomst

Transitieakkoord Meldkamer van de toekomst

Wat staat er in het transitieakkoord?

In het transitieakkoord hebben de verschillende partijen op hoofdlijnen afspraken gemaakt over het organisatiemodel van de meldkamerorganisatie, de financiering, de verantwoordelijkheden en de tien locaties. Daarnaast zijn er afspraken gemaakt over de te volgen weg van de oude naar de nieuwe situatie. Het transitieakkoord is hier te lezen.  

Hoeveel kosten worden er bespaard door de samenvoegingen van de meldkamers?

De transitie kent een taakstelling van 10 miljoen euro in 2015 oplopend tot 50 miljoen euro structureel per jaar vanaf 2021. 

Welke maatregelen worden genomen om storingen gedurende de transitiefase te voorkomen?

In het transitieakkoord is afgesproken dat gedurende de transitiefase de kwaliteit, continuïteit en stabiliteit van de dienstverlening door de meldkamers geborgd blijft.  De LMS zal samen met de betrokken partijen hiervoor zorg dragen.

Wat staat er in het transitieakkoord over de Due Diligence commissie?

In het Transitieakkoord “Meldkamer van de toekomst” is in een aantal bepaling opgenomen wat het doel en opdracht van de Due Diligence commissie in. In de bepalingen 82 t/m 89 is het volgende opgenomen:

82. Er wordt een ‘due diligence’ commissie ingesteld door de minister van VenJ in overeenstemming met de ministers van VWS en van Defensie en een afvaardiging van de voorzitters van de veiligheidsregio’s, verenigd in het VB.

83. De commissie zal in ieder geval bestaan uit een onafhankelijk voorzitter en 2 personen met ruime kennis en ervaring op het gebied van overheidsfinanciën.

84. De commissie heeft tot taak er op toe te zien dat de financiële transitie naar tien meldkamerlocaties op een gepaste en zorgvuldige wijze verloopt binnen het kader zoals bedoeld in bepaling 37.

85. De commissie brengt hiertoe adviezen uit over het verrekenen en vergoeden van transitiekosten en de financiële overdracht die hoort bij de overdracht van taken.

86. De commissie hanteert voor het verrekenen en vergoeden van achterblijvende kosten en personeelskosten de uitgangspunten dat deze: onvermijdbaar, onverwijtbaar, proportioneel zijn en dat deze een causaal verband hebben met de transitie naar tien meldkamerlocaties.

87. De commissie zal adviseren op basis van ‘redelijkheid en billijkheid’ waarbij in acht wordt genomen wat voor het verrekenen en vergoeden van (achterblijvende) kosten ‘bestuurlijk’ gebruikelijk is.

88. De commissie toetst voor de financiële overdracht of een meldkamer financieel ‘op niveau’ is en geeft een advies over de financiële implicaties van eventueel aantoonbaar achterstallig onderhoud of investeringen die zijn gedaan in het kader van bijvoorbeeld samenvoeging.

89. De commissie kijkt voor de toets uit bepaling 86 naar de volgende aspecten:

  • De bezetting op de meldkamer.
  • Het opschalingspotentieel.
  • De ICT systemen.
  • De structurele financiering in combinatie met vastgestelde meerjarige planvorming voor de meldkamer.
Samenvoegingstrajecten en locaties

Samenvoegingstrajecten en locaties

Wat worden de (nieuwe) locaties van de meldkamers?

  • Noord-Nederland: Drachten
  • Oost-Nederland: Apeldoorn
  • Midden-Nederland: Hilversum
  • Noord-Holland: Haarlem
  • Amsterdam: Amsterdam
  • Den Haag: Den Haag
  • Rotterdam: Rotterdam
  • Zeeland-West-Brabant: Bergen op Zoom
  • Oost-Brabant: Den Bosch
  • Limburg: Maastricht

Voor meer informatie over de locaties kijk onder Meldkamers.

Is er ook sprake van nieuwbouw bij de (nieuwe) locaties van de meldkamers?

Ja, in Bergen op Zoom wordt een nieuwe meldkamer gebouwd. Verder is zoveel mogelijk gekozen voor verbouw of aanbouw bij bestaande meldkamerlocaties. 

  • Nieuwbouw: Bergen op Zoom
  • Verbouwingen/aanbouw: Maastricht, Den Bosch, Apeldoorn, Hilversum, Haarlem, Rotterdam
  • Gereed (qua bouw): Drachten, Amsterdam, Den Haag

Wie zijn de regionale kwartiermakers?

De tien kwartiermakers zijn:

  • Marjan Dol voor Drachten (Noord Nederland)
  • Sipke Dekker voor Apeldoorn (Oost Nederland)
  • Mark Hendriks voor Amsterdam
  • Camille Michel voor Den Haag
  • Sjaak Seen voor Rotterdam
  • Jos van der Heijden voor Den Bosch (Oost Brabant)
  • Peter Dolmans voor Maastricht (Limburg)
  • Jan Biemolt voor Soest (Midden Nederland)
  • Frank van Herpen voor Haarlem (Noord-Holland)
  • Alfred van der Meer voor Bergen op Zoom (Zeeland/West-Brabant)

Wat doen de tien regionale kwartiermakers ?

De regionale kwartiermakers richten zich vooral op de samenvoeging van de regionale meldkamers op de beoogde locaties, op het bevorderen van de samenwerking, het doorvoeren van de beoogde veranderingen, op het -zo mogelijk- realiseren van de eerste financiële besparingen en het in kaart brengen van continuïteitsvraagstukken.

Locatiebepaling in de meldkamers

Locatiebepaling in de meldkamers